Faalangst kan verlammend werken
De perceptie 'iets niet te kunnen' in een prestatiesituatie levert automatische, vaak onbewuste (angst)reacties op. Deze reacties hebben een rechtstreekse fysiologische invloed op de prestaties door vermindering van de concentratie en een beperkter functioneren van het werkgeheugen. Onderpresteren kan het gevolg zijn.
Oorzaken
De perceptie 'iets niet te kunnen' in een prestatiesituatie levert automatische, vaak onbewuste (angst)reacties op. Deze reacties hebben een rechtstreekse fysiologische invloed op de prestaties door vermindering van de concentratie en een beperkter functioneren van het werkgeheugen. Onderpresteren kan het gevolg zijn.
Oorzaken
Faalangst kan verklaard worden vanuit het individu (persoonlijke kenmerken) in combinatie met de omgeving (school, thuis, maatschappij). Jongeren die opgroeien in een omgeving waar prestatie sterk aan persoonlijke waardering is gekoppeld, kunnen geobserdeerd raken door 'de eerste en de beste' te willen en moeten zijn. Hierdoor lopen zij het gevaar te falen en als persoon te mislukken: de waarde als persoon staat voortdurend op het spel.
Jongeren kunnen gedachten ontwikkelen als:
- Ik mag geen fouten maken
- Ik moet door iedereen aardig gevonden worden
- Ik kan niet goed leren
- Ik haal toch weer een onvoldoende
- Waarom zou ik mijn best doen, ik kan toch niets onthouden
Bovenstaande gedachten zijn slechts een greep uit een hoeveelheid negatieve gedachten waardoor iemand kan 'blokkeren' en minder presteert dan hij/zij zou kunnen. De verminderde prestaties bevestigen de gedachten en daarmee ontstaat een vicieuze cirkel waarin men gevangen blijft.
Gedrag kan in stand gehouden worden door de gevolgen ervan
De training is er op gericht deze vicieuze cirkel te doorbreken.

















